Het verhaal van Koos Janssen, Deventer verdient een stadsstrand

Verhalen vangen voor Overijssel

Onder de vlag van ‘de omgeving is van ons allemaal’ trekt de provincie Overijssel dit jaar langs enkele inspirerende Overijsselaars, die zich actief inzetten voor hun leefomgeving. De provincie wil graag leren van hun verhaal. De oogst zal onder meer worden benut als inspiratie voor het omgevingsbeleid van de provincie. Ook vormen de verhalen een terugblik op initiatieven van Overijsselaars die – al dan niet samen met de provincie – in de afgelopen periode met hart en ziel gewerkt hebben aan de kwaliteit van de leefomgeving.

Maart 2019 © Annemarie de Graaf – AMdG – onderzoek + advies

Wanneer Rijkswaterstaat het project Ruimte voor de Rivier Deventer in 2015 oplevert, lanceert horecaman Koos Janssen zijn plannen voor een stadsstrand voor het “nieuwe” gebied op Facebook. Een lofzang van positieve geluiden, over het idee voor de leefomgeving aan de Westelijke oever van Deventer, stijgt op uit de stad. Aangemoedigd door de hype en het aantal likes is er geen weg meer terug. Koos trekt het stadsstrand tot een concreet masterplan en overtuigt politiek en het ambtelijk bestel van de potentie van zijn plan voor Deventer. Onder Koos’ supervisie ontstaat een co-creatie van welwillende overheden, investeerders, en bewoners.

We spreken Koos op een doordeweekse avond in DAVO, de levendige stadsbrouwerij in het Sluiskwartier van Deventer. Met zicht op gezellig rumoer van het bierenbedrijf zitten we met zijn drieën in een afgelegen ruimte van het industriële pand. Koos verontschuldigt zich voor zijn vermoeidheid. Ondanks de zonnige vooruitzichten van de opening van het stadsstrand in april zijn met name de laatste hectische weken hem niet in de koude kleren gaan zitten.

Je zou kunnen denken dat hij er niet van houdt om geïnterviewd te worden, zo bescheiden is de aanwezigheid van horecaondernemer Koos. Hij praat zoals hij zit, ingetogen en rustig. In een zucht vertelt hij zijn verhaal over het stadsstrand van Deventer en hoe hij van initiatiefnemer een professional wordt in de wereld van gebiedsontwikkeling. Met zachte stem neemt hij het woord: ‘Vroeger organiseerden we busreisjes. Gingen we met honderdvijftig man het land door op discothekenjacht. Later waren het feesten, die zelfs uitgroeiden tot een meerdaags festival. Kregen we ook veel mensen mee op de been. Dat regelneverige is geloof ik niet iets van gisteren.’

Koos groeit op in Twello met zijn twee ondernemende zussen en ouders die werkzaam zijn in de gezondheidszorg. Al tijdens zijn jeugd voelt hij zich als een vis in het water in het horecaleven waar hij al gauw zijn vrouw Evelien leert kennen. Na diverse commerciële functies bij Heineken Brouwerijen en later bij een groothandel in food en non-foodproducten werkt hij nu nog tijdelijk op projectbasis bij twee bedrijven in de horeca- en foodsector in de regio.
Tien jaar geleden ging het stel in Deventer samenwonen. ‘We droomden er altijd al van om een horecazaak te beginnen, maar anders dan de gevestigde orde, zoals op de Brink’, zegt Koos. ‘Rondkijkend naar eigenzinnige panden en plekken zagen we met groeiende interesse de Westelijke oevers van de IJssel ontstaan. Door de realisatie van de nieuwe nevengeulen, de Schipbrug die was hersteld, en de plaatsing van trappen op de brug zagen we het gebied veranderen, en steeds weer door andere ogen. Mensen kennen de aantrekkingskracht van de IJsseloevers, maar je zag de populariteit van het uitloopgebied toenemen. Steeds vaker zag je hardlopers, fietsers en wandelaars. Steeds meer bewoners, maar ook bezoekers van buiten Deventer, doen met mooi weer de IJsselstrandjes van de westelijke IJsseloevers aan’, zegt Koos.

‘In dezelfde periode opent mijn zus de stadse vrijhaven, Het Veerkwartier aan de Veerplas, in Haarlem. Inmiddels heeft ze ook een tweede restaurant: Frisk in de oude Drostefabriek. Laagdrempelige horeca met een kwaliteitstwist is altijd al een veelgehoord gemis in Deventer. Containers met een overdekt zitgedeelte en een vrijplaats wilden wij ook en ik wist ook waar. Ik zag het helemaal voor me, tussen – het IJsselhotel en de Bolwerksmolen – op de “nieuwe plek” bij het talud van de Wilhelminabrug en de Melksterweide. Het gebied wordt begrensd door de brug, de Bolwerksweg en de nieuwe nevengeul en is bereikbaar door de ligging van de brug en het pontje. Ik zag de liefhebbers van ons horecapaviljoen en recreatie allemaal samenkomen, zegt Koos. ‘Mijn hart maakt nog steeds een sprongetje als ik denk aan de plek, maar het was ook een uitdaging. Ik ergerde me al jaren aan het achterstallig onderhoud van het Worpplantsoen: het zwerfaval, de overlast van geparkeerde auto’s en het gebrek aan voorzieningen. Ondanks het geldende zwemverbod wordt zonder toezicht of handhaving in de gevaarlijke vaargeul van de IJssel gezwommen. Net zoals veel stadsbewoners miste ik beleid voor het gebied.’

Hype: betrek de mensen en de stad bij de IJssel
Het is 2015 en een zomerse dag in augustus als Koos spontaan sfeerbeelden plaatst op Facebook met de woorden “Deventer verdient een stadsstrand”. Heel intuïtief wordt het gemeenschappelijke gevoel voor het gebied getriggerd. Deventenaren reageren uitbundig. Binnen een week heeft het initiatief 3.000 likes en de pers achter zich aan. In de lente doet Koos opnieuw een oproep via sociale media. In de hype verzamelen zich op de Melksterweide meer dan honderd man met een picknickmand en – kleedje. ‘Toen dacht ik echt: “shit!” zegt Koos. ‘Je voelde de dynamiek. Ik geloof nog steeds dat het een collectief statement was. Ik gaf toevallig het signaal en de flow verspreidt zich als een olievlek.’

‘De meerwaarde van een stadsstrand heeft een enorme aantrekkingskracht op bewoners, bezoekers én bedrijven. Het stadsstrand Deventer staat voor een bewustere manier van leven met duurzaamheidsprincipes en aandacht voor natuur. Nog steeds melden zich mensen met ideeën die willen aanhaken. Soms uit eigenbelang, maar meestal om mee te denken. Het is belangrijk om steeds breder in te zetten en het groter te maken. Maar, ik wil de filosofie achter het plan helder houden. Door ons goed te positioneren, trekken we gelukkig de lokale partners en leuke leveranciers aan. Ik ga ook de schoonheid van het gebied steeds meer waarderen. Maar ik heb ook een commerciële drive. Ik ben al twintig jaar horecaman. Voor mij is het noodzakelijk om onafhankelijkheid te zijn. Let wel, winst is nodig voor de continuïteit, maar geen opzichzelfstaand oogmerk. Er is méér dan directe economische waardecreatie alleen. Het gaat ook om stimulering van lokale economie, het strand, de IJssel, de sociale cohesie. Als de horeca goed draait, kan tegelijkertijd het gebied mooi en schoongehouden worden. Als mensen hier samenkomen, ga je automatisch overlast tegen op andere meer afgelegen plekken. Die combinatie maakt het geheel kloppend en dat past bij ons. Dat geeft het plaatje bestaansrecht. Voor ons is het een vanzelfsprekend concept, maar voor overheden en investeerders was het zeker in het begin nog complex en moeilijk te doorgronden.’

‘De pers begreep het wel meteen en pikte het snel op. “Dit type ondernemen is een nieuwe manier van aanvliegen” las ik of: “RTV Oost rukt uit en geeft het plan aandacht”. Dit heeft in het begin zeker aan het succes bijgedragen’, lacht Koos.

Wet- en regelgeving maakt een professioneel plan
Voor de verwezenlijking van zijn plan begint Koos bij de gemeenteraad. Met frisse zin trekt hij van fractie naar fractie om de bedoeling van zijn stadsstrand uit te leggen en dat sorteert effect. Bij raadsvergaderingen weet hij de potentie van de IJsseloevers voor de stad onder de aandacht te brengen. Raadsleden zijn enthousiast hetgeen ertoe leidt dat Koos kennis maakt met klantregisseur Mirjan Klok van stadskantoor Deventer. Zij vormt de spil tussen de burger en de ambtelijke organisatie en neemt de regie op zich binnen het ambtelijke proces. ‘Als ik toen mijn eigen gang was gegaan, was het houtje-touwtjeplan – op tijdelijke pop up-achtige basis – een snackwagen of frietkot geworden’, vertelt Koos.

‘Zeer zorgvuldig werd al het mogelijke en onmogelijke voor het gebied afgepeld. Als het over Natura2000 wetgeving gaat, loop je tegen heel veel onverwachte zaken aan. Tal van onderzoeken moesten daaropvolgend uitgevoerd worden. Niet alleen als het gaat over Natura2000, maar ook het oordeel van de welstandscommissie, het horecabestemmingsplan of nog duizend andere dingen. Dit is tijdrovend en kostbaar. Binnen het proces van afgifte van vergunningen kan je niet om onderzoeksbureaus heen. Onderzoek moet aantonen dat broedvogels geen last hebben van stikstofuitstoot van mijn keukenactiviteiten, het dak moet bestand zijn tegen sneeuwbelasting terwijl we alleen in de zomer actief zijn, etc.
Zonder adviezen en rapporten van onderzoeksbureaus kom je er niet. Dit is een werkwijze waar ik wel eens moeite mee heb. Het kost soms onnodig veel energie. Ik zou me kunnen voorstellen dat ambtenaren zelf meedenken hoe iets wél kan als iets niet kan. Ga samenwerken met de burger en doe suggesties in plaats van telkens terugverwijzen tot het doen van onderzoek naar natuur of een beschermd stadsgezicht. Evelien is in deze fase afgehaakt. ‘Iedereen zou dat doen’, zegt Koos. ‘Dat ik niet kon stoppen, komt denk ik door mijn tikkie eigenwijze karakter. Met die houding beweeg ik me ook in de ambtelijke wereld. Gewoon door mezelf te zijn en met de vraag: Help me dan!’

‘En heel veel inlezen en researchen op zoek naar relevante publicaties voor mijn plan, die ik vervolgens op het bordje van Mirjan neerlegde. Zij wist natuurlijk ook niet alles en werd waarschijnlijk soms helemaal gek van me. Voor het verlenen van de vergunning voor de Natura2000-omgeving begaf ik me al gauw op provinciaal niveau. Zo kwam ik in aanraking met Stadslab Deventer en het Programma Stadsbeweging Overijssel. Tot mijn verbazing bleek het Deventer stadsstrand een rol te hebben gespeeld bij de totstandkoming van de programma’s waarvoor maar liefst 9,8 miljoen euro beschikbaar is gemaakt. Het is niet voor niets dat we als eerste de stadscheque van € 2500 hebben ontvangen. Dat gaf rust; ik had zoveel in het project geïnvesteerd. Met die cheque heb ik de Stichting Deventer Stadsstrand officieel gemaakt, geregistreerd bij de KvK en een onderzoek kunnen betalen. Dat was een belangrijke stap voorwaarts.

‘De samenwerking met beleidsontwikkelaar Bart Ellenbroek van Stadsbeweging van de provincie Overijssel was een doorbraak. Deze ambtenaar is van de korte lijnen, denkt mee, onderhoudt goede contacten met de gemeentes en weet welke fondsen vrijkomen. Hij voelt feilloos aan hoe het ambtelijke apparaat werkt. Mijn plan vraagt anders denken, creativiteit en ook lef van ambtenaren. Bart heeft een pool van vakmensen samengesteld waarmee we het varkentje konden wassen. Alleen was dat me niet gelukt. Eind vorig jaar kregen we een flinke duw in de rug en hebben we samen met de provincie en gemeente Deventer gas kunnen geven.’

Werkwijze
‘Op één bewoner na heeft nooit iemand bezwaar gemaakt tegen mijn plan. Ook niet uit de hoek van de natuurbeweging. De vrees van overheden voor zienswijzen op een ontwerp-besluit, deel ik niet. Ik kreeg één zienswijze. Het is een grappige anekdote van een bewoner, die genoeg had van alle negatieve ontwikkelingen in het Worpplantsoen en principiële bezwaren had. Ik ben naar hem toegegaan en heb het uitgelegd. Inmiddels onderhouden we goede contacten. Het is een heel beste vent.’

‘Dat zegt iets over het vertrouwen in samenwerken, vertrouwen in elkaar en de goede wil, en het geloof van mensen dat het goed komt. Ik blijf bewonersavonden organiseren, ook al komen er soms maar tien man. Ik ben open in mijn communicatie en beantwoord echt alle vragen. Ik draai er niet omheen, ik ben open en oprecht over alles en tegen iedereen. Daarmee ontstaat vanzelf goodwill. Dat zie ik ook bij de ambtenaren van het stadskantoor en het provinciehuis met wie ik samenwerk. We doen dit project echt samen. Er is genoeg creativiteit aanwezig in de systeemwereld. Bart en Mirjan vervullen een voorbeeldfunctie. Het is ook even omschakelen als een initiatiefnemer als ik opeens bij je aanklopt. Ik wil overal in meegaan en tegelijk alternatieven verzinnen: “mag dit niet, maar mag dat dan wel?” zeg ik dan. Ik ben niet creatief, maar een ontzettende kloot-chaoot. En daarmee zet je soms iets in een stroomversnelling.’

‘Dat kan door een actie op sociale media. Ik denk aan de mensen van de vrijwilligersorganisatie WorpWegwerpvrij die zich al tijden inzetten voor een groene en duurzame leefomgeving van Deventer. Elke maand prikken zij vuil weg op de IJsseloevers. Ik zag ze over tien jaar nog precies hetzelfde doen. Dat is volgens mij niet de oplossing.
Voor een move heb ik de lokale politiek via Twitter uitgedaagd om bij de volgende prikactie te komen helpen en de problematiek met eigen ogen te zien. Alle fracties reageerden. We hebben iedereen naar het gebied gehaald en sommige vrijwilligers gingen zelfs met kano’s te water. Met vuilniszakken vol plastic kwamen ze de IJssel weer uit. Cameraploeg erbij. Kort daarop werd het vraagstuk in de gemeenteraad behandeld en kregen we inspraakbevoegheid. Inmiddels is anderhalf ton vrijgemaakt voor het gebied. Er komen fietsenrekken, meer afvalbakken, controle en toezicht. Ik hoop oprecht dat WorpWegwerpvrij in de toekomst niet meer zoveel hoeft te prikken, dat hebben ze al meer dan genoeg gedaan.’

‘Door mijn ambitie loop ik tegen politieke en ambtelijke vraagstukken aan waar de gemeente Deventer zelf ook zoekende in is. Het zijn actuele vragen. Wat te doen met de vele mensen die willen recreëren aan de oevers van de IJssel? Hoe kunnen we een deel van het gebied ontwikkelen waardoor elders de overlast minder wordt? Achterstallig onderhoud, toezicht en beheer kost veel geld als het gaat over wegwerken van afval, overlast van dealen of wild parkeren. Ik ben in voor een samenwerking als we duidelijke afspraken maken. Graag ben ik bereid mij in te zetten voor het beheer binnen de grenzen van het gebied.’

‘Op het gebied van citymarketing heeft het stadsstrand Deventer iets te bieden. Maar ik hoor of zie nooit iemand. Ben ik nou “eigenwijze Koos” als ik zeg: “Gevestigde orde van Deventer – koekoek – weten jullie wat we hier aan het doen zijn?” Ik denk dat een vaste kliek met hun netwerk en subsidies erg op de centen zitten. Daar kom je als buitenstaander niet zomaar tussen.’

‘Je hoort mij niet snel negatief over ambtenaren. De betrokkenheid van Mirjan en Bart heeft mijn project geprofessionaliseerd. Ik ben de lucky bastard die zich heeft omringd met mensen die weten hoe ze door het complexe ambtelijke systeem laveren. Ik koester het contact met Bart, net als de sleutelrol van Mirjan binnen het ambtelijke woud. Uiteindelijk kreeg zij Rijkswaterstaat, de Gemeente Deventer, Waterschap Vallei & Veluwe en Provincie Overijssel bij elkaar aan tafel. In juni 2016 heeft het College Burgemeester & Wethouders een eerste positief principe standpunt ingenomen over het plan. Mirjan heeft inmiddels afscheid genomen bij de gemeente Deventer, dat vind ik een groot verlies. Ik had het traject graag met haar afgemaakt. Maar het is veelzeggend dat ze haar afscheidsetentje met collega’s bij ons komt vieren’

Crowdfunding
‘Ik ben niet direct liefhebber van de bankenwereld. Voor de financiering van de horeca heb ik gekozen voor crowdfunding. In eerste instantie heb ik met donatie-crowdfunding de dure onderzoeken kunnen betalen. Banken zijn terughoudend, omdat ons project afwijkt van het reguliere financieringsmodel. Ik heb geen eigen pand, de grond is geen eigendom. Dat is spannend, want: “Het project is tijdelijk en stel dat het water te hoog staat en de natuur doet dit of dat en wat als dat?” Omdat het niet alleen over financiële waardecreatie gaat en door de lange aanloopperiode, is het lastig beoordelen voor een financier. In het westen van het land is crowdfunding meer ingeburgerd. Je ziet de trend heel langzaam overwaaien richting het oosten. Regelmatig vertel ik ondernemers en investeerders hoe dat werkt’, zegt Koos.
Crowdfunding past bij ons “eigenwijze” project. Wat mij aanspreekt is het commitment dat de investeerder aangaat. Het levert rendement, en extra inkomsten in het verschiet. Dat bindt partijen voor langere tijd aan ons plan’, zegt Koos. Deelnemers krijgen een jaarrendement van 5,2 procent op hun investering. ‘Ons type onderneming heeft een wezenlijk ander businessmodel dan reguliere ondernemingen. Wij pakken een gemeenschappelijk doel op een ondernemende manier aan. Als blijkt dat meer dan tweehonderd mensen bereid zijn om in de horeca te investeren, is er dus genoeg vertrouwen in het project.’ zegt Koos.

Duurzaam
‘Regelmatig krijgen we aanvragen voor bruiloften en feesten tot laat op de avond. Die nemen we niet aan. We hebben vooral een dag-functie. We willen geen feestavonden die de omgeving tot last zijn. Ik ga af op mijn innerlijk gevoel. Ik wil niet dat er ‘s nachts nog vijftig man op het strand rondhangen met een slok op.’

‘Mijn zus heeft me geïnspireerd om op duurzame wijze te ondernemen. Het hele pop up idee om met zeecontainers en rauwe demontabele materialen aan de slag te gaan is tof, maar in de praktijk is duurzaam bouwen gecompliceerder dan ik dacht. Door tijdsdruk of te hoge kosten moet ik regelmatig water bij de wijn doen en belangen afwegen. Als de timmerman op tijd hout nodig heeft, ga ik toch naar de bouwmarkt. Ook wet- en regelgeving beperkt dikwijls. Een voorbeeld. Tweedehands deuren zijn meestal 83 cm breed, maar als ik het bouwbesluit naleef, heb ik 93 cm breedte nodig, en die zijn moeilijker te vinden. We streven voor het horecapaviljoen naar een circulair systeem, maar afgesloten zijn van de buitenwereld belemmert op allerlei wijze de bedrijfsvoering. Geen gasaansluiting hebben is een hele uitdaging, omdat we op piekmomenten veel meer stroom nodig hebben. Ik ben geen groene gekkie. Het stadsstrand is onze broodwinning. Uiteindelijk is het voor onze rekening en risico en daarom doen we het op onze eigen manier. Tegelijkertijd ben ik me ervan bewust dat een bijzondere duurzame plek iets bijzonders oplevert’, zegt Koos.

Rol van overheid
‘Het Deventer stadsstrand is vanaf april een feit. Ik ben ervan overtuigd dat door de hechte samenwerking met de overheid, wet- en regelgeving en naleving van de procedures, een tof plan tot stand is gekomen. We hebben in ruim drie jaar tijd een fantastisch netwerk opgebouwd. Iedereen heeft een beetje water bij de wijn gedaan en ergens in het midden zijn we elkaar tegengekomen. Ik voel me gesteund door het ambtelijk systeem’, zegt Koos.
‘Op 11 april 2018 zijn de benodigde vergunningen verleend en zijn Gemeente Deventer, Provincie Overijssel en Rijkswaterstaat akkoord gegaan met het plan. Nu wordt de laatste hand gelegd aan de inrichting van het stadsstrand en het plaatsen van het horecapaviljoen. Het gebied is geëgaliseerd voor recreatie, ingezaaid, de nutsvoorzieningen zijn geplaatst en het is nu wachten op de fietsenstallingen. In april 2019 gaat het stadsstrand open.’

Kopstukken
‘Het proces zou minder traag en minder kostbaar zijn als ambtenaren aan de poort meer bevoegdheid krijgen om mee te denken en suggesties kunnen doen. Als tegen mij was gezegd: “Koos, als je het zo doet, kan het wel,” zou dat enorm hebben geholpen. Ik begrijp de zin van nota’s en ik snap dat beleidstukken moeten worden nageleefd, maar het succes begon voor mij bij de ambtenaren die mijn plan konden omarmen. “Omgaan met bottom up initiatieven” is een nieuwe werkwijze binnen de provincies en gemeentes, dat blijkt. Ambtenaren ervaren dat ook zo. Gelukkig spreken Bart, Mirjan en ik dezelfde taal en dat bracht het proces in een versnelling.

Ik heb de vergunningen en iedereen is enthousiast. De deurtjes in de ambtelijke toren gaan open. Als de welstandscommissie nog ergens mee komt, ga ik met ze in gesprek of leg ik het terug bij de wethouder. Op dit moment weet ik wat te doen. De gemeente en de provincie zijn inmiddels gebaat bij het succes. Dat is een eerlijk verhaal. Onlangs zaten we met alle partijen rond de tafel, in het kader van de parkeerplaatsen voor de Melksterweide en de herinrichting van het gebied. Dat noem ik co-creactie; een échte samenwerking.

Een voorstel richting Stadsbeweging: Wees royaler en geef cheques van € 25.000 aan de beste ideeën. Daarmee kunnen initiatiefnemers echt iets gedaan krijgen. Pak intern wat minder uit met marketing, dure locaties voor congressen en poppetjes op het project (proceskosten). Dat is mijn idee.

Zonder zieligdoenerij. Dit project vraagt (nog steeds) veel doorzettings- en aanpassingsvermogen. De laatste jaren heb ik tegen veel heilige huisjes moeten schoppen, ik heb er mijn baan voor opgezegd, noem het een passie. Dit soort trajecten belopen naast je priveleven is een uitdaging. Als ik vooraf had geweten wat het met mij persoonlijk doet, had ik het misschien niet gedaan. Maar straks gaan we open en kunnen we ons weer meer richten op leuke zaken met uitzicht op de mooiste skyline van Nederland!’